zoekspoor: overvloedig → uitgesloten → nood.
nood
in het woordenboek is voor nood 1 omschrijving gevonden:
| nood, | m. (noden), moeilijke omstandigheid ; gebrek; ellende. |
nood is 4 maal gevonden als trefwoord:
| nood (zn): | behoefte, gebrek, misère, miserie, nooddruft, schaarste |
| nood (zn): | benauwdheid, ellende, gevaar, onheil, ramp |
| nood (zn): | noodzaak, noodzakelijkheid |
| nood (zn): | collisie |
nood is 10 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:
woordverbanden van ‘nood’ grafisch weergegeven
nood komt 2 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:
In hedendaagse spelling: druk, benauwdheid, ellende, nood, rampspoed, tegenspoed, ongeluk.
Druk — benauwdheid — ellende — nood — rampspoed — tegenspoed — ongeluk. Elke onaangename toestand, dien wij in het leven doorworstelen moeten, Als alles ons tegenloopt, noemen wij het tegenspoed. Alles, waar groote tegenspoed of rampspoed ons in brengt, noemen wij ellende — eigenlijk de rampspoed van ballingschap. Terwijl benauwdheid op het gevoel ziet, dat wij hebben als ons veel tegenspoed treft of bedreigt, is druk de tegenspoed, die als een zwaar gewicht ons nederdrukt, en ons in al onze, bewegingen bemoeilijkt. Nood is de toestand, waarin de mensch de dringende behoefte aan hulp het sterkst gevoelt. Spreekt men van ongeluk, dan heeft men ook het oog op de tegenstelling, het geluk, en beschouwt den tegenspoed meer als een toevallig kwaad of als iets, dat ons door hooger macht is toegevoegd.
In hedendaagse spelling: gevaar, nood.
Gevaar — nood. Dreigend onheil. Gevaar is eene omstandigheid of een samenloop van omstandigheden, waardoor een persoon of zaak kan gedeerd worden. Nood en gevaar hebben soms dezelfde beteekenis, b.v. in de volgende uitdrukkingen: het heeft geen nood; er is geen gevaar bij. Maar meestal ligt in nood de beteekenis van een samenloop van omstandigheden, die men niet kan kiezen, waarin men zich niet vrijwillig begeven kan (wat met gevaar wel het geval is). Nood leert bidden. Hongersnood. Levensgevaar. Om die reden zegt men: zich in gevaar, maar niet: zich in nood begeven.
* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.
nood is 2 maal gevonden in overige bronnen*:
In hedendaagse spelling: jammer, wederwaardigheid, ramp, rampspoed, rampzaligheid, ellende, nood, tegenspoed, druk, lijden, ongeluk, kruis, beproeving.
JAMMER, WEDERWAARDIGHEID, RAMP, RAMPSPOED, RAMPZALIGHEID, ELLENDE, NOOD, TEGENSPOED, DRUK, LIJDEN, ONGELUK, KRUIS, BEPROEVING.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 268.
In hedendaagse spelling: nood, gevaar.
NOOD, GEVAAR.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 482.
* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.
Zoeken op nood bij andere sites:
Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden.
Woordenboeken: Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.
1.47137188911
© 2006-2010 in1woord. Alle rechten voorbehouden.
N.B.: Onze server heeft kuren. Als tijdelijke oplossing draait alles nu op tijdelijk.synoniemen.net.








